Daniel Kehlmann
Leo Perutz (1882-1957) voert de lezer mee naar het eind 16de-, begin 17de-eeuwse Praag, een periode waarin de alchemie en de astrologie hun invloed aan het hof doen gelden, maar ook de astronomie in opkomst is. Keizer Rudolf II trekt zich in zijn burcht terug met zijn kunstverzameling. Om die te kunnen bekostigen moet hij een beroep doen op de goudmakerskunst van alchemisten en op de veel effectievere “goudmakerskunst” van de joodse koopman Mordechai Meisl. In 14 hoofdstukken ontvouwt zich een verborgen liefdesgeschiedenis tussen de keizer en de beeldschone Esther, Meisls vrouw – een liefde die zich afspeelt in dromen, visioenen en schaduwen.
Perutz schetst een wereld waarin werkelijkheid en verbeelding naadloos in elkaar overlopen. Zijn Praag is een stad vol wonderen en voorgevoelens, waar het Heilige Roomse Rijk op instorten staat en de toekomst al fluistert in de steegjes van het verleden.





