Die novelle speelt zich jaren later af: in de bus van Warschau naar Minsk, op twaalf kilometer van de grens met Wit-Rusland, realiseert Vasili zich dat hij van een feestje nog wat drugs in zijn jaszak heeft en hij zoekt een prullenbak. Dan gaat alles mis. In schrijnend contrast met zijn leven als kind, ogen gericht op de oneindige hemel, is alles eindig nu hij wordt opgesloten. Onvervalst en eerlijk schrijft hij over zijn gevangenschap en de tochten door het Wit-Russische gevangenissysteem. Uiteindelijk blijkt het de muziek te zijn die hem in het leven de meeste steun biedt.
Vasili Antipov weet zijn persoonlijke verhaal, zijn eigen ‘dans met de dood’, te verweven met recente ontwikkelingen in zijn thuisland Rusland. In deze twee kwetsbare novellen toont hij zich als de ruwe diamant van de Russische literatuur.





